Het uurtarief oogt riant, het maandsalaris degelijk. Wie de twee eerlijk wil vergelijken, moet vier posten meenemen die op geen van beide loonstroken staan.
Wie in loondienst € 9.200 bruto per maand verdient en een tarief van € 118 per uur voorbij ziet komen, maakt de rekensom vaak in drie seconden: 118 maal 36 uur maal 4 weken is ruim € 17.000. Bijna het dubbele. Die som klopt op geen enkel punt, en het is nuttig om precies te weten waarom niet.
Het misverstand zit niet in de belasting; die betaal je in beide gevallen. Het zit in wat een werkgever stilzwijgend voor je regelt en wat een opdrachtgever nadrukkelijk niet doet. Een eerlijke vergelijking zet daarom niet bruto naast bruto, maar besteedbaar naast besteedbaar, bij een gelijkwaardig niveau van zekerheid.
Begin bij de uren. Een fulltime zelfstandige bedrijfsarts declareert zelden meer dan 24 tot 28 uur per week: de rest gaat op aan acquisitie, administratie, intercollegiale toetsing en scholing die niemand vergoedt. Reken daarnaast met 42 tot 44 werkweken per jaar; vakantie, ziekte en congressen declareert niemand voor je.
Van de omzet die overblijft gaan eerst de zakelijke kosten af: herregistratie, accreditatie, verzekeringen, software, een boekhouder. Hoeveel dat per jaar is verschilt per praktijk; de eerste Monitor gaat dit meten. Daarna volgt de fiscus. Sinds 2026 is de zelfstandigenaftrek teruggebracht tot € 1.200, en de mkb-winstvrijstelling van 12,7% is nog altijd de moeite, maar het fiscale voordeel van ondernemen is aanzienlijk kleiner dan het tien jaar geleden was. Over de winst betaal je daarnaast 4,85% inkomensafhankelijke bijdrage Zvw, met een maximum van € 3.851.
De grootste post is pensioen. Een werkgever legt bij een salaris van € 9.200 al snel € 1.500 tot € 2.000 per maand in, waarvan het grootste deel voor rekening van de werkgever komt. Wie als zelfstandige een vergelijkbare oudedagsvoorziening wil, moet dat bedrag zelf opzijzetten. Het mag fiscaal gunstig via de jaarruimte, maar het moet wél gebeuren, elke maand, twintig jaar lang.
Daarna: arbeidsongeschiktheid. Loondienst betekent twee jaar loondoorbetaling bij ziekte en daarna WIA. Een zelfstandige regelt dit met een AOV, en voor een vijftigjarige arts kost een serieuze dekking al gauw € 500 tot € 800 per maand. Wie de premie te hoog vindt en het risico zelf draagt, moet dat een bewuste beslissing laten zijn, geen vergeten post.
Tel daarbij doorbetaalde vakantie, vakantiegeld, een scholingsbudget en de transitievergoeding als het ooit misgaat. Geen van deze posten staat op een loonstrook als bedrag, en juist daarom worden ze in de vergelijking stelselmatig vergeten.
Neem een fictief maar realistisch profiel: € 118 per uur, 24 declarabele uren per week, 42 weken (pas de aannames aan in de rekentool). Dat is € 118.900 omzet. Na € 8.000 kosten, € 7.200 AOV-premie en € 14.000 pensioeninleg resteert een winst waarover na aftrekposten, inkomstenbelasting en Zvw-bijdrage ongeveer € 5.100 per maand besteedbaar overblijft, met pensioen en arbeidsongeschiktheid op werknemersniveau geregeld.
De loondienstcollega met € 9.200 bruto, vakantiegeld en eindejaarsuitkering houdt netto ongeveer € 6.000 per maand over, met dezelfde zekerheden inbegrepen. Het verschil is kleiner dan de bruto-som suggereert, en welk saldo wínt hangt vrijwel volledig af van tarief, declarabele uren en de prijs die je aan zekerheid hangt. Precies die knoppen kun je in onze rekentool zelf verzetten, met de belastingcijfers van 2026.
Twee dingen laat elke rekensom buiten beschouwing. Ten eerste autonomie: de regie over caseload en agenda is voor veel zelfstandigen de werkelijke reden, niet het geld. Hoe het vak beide kanten waardeert, meet de Monitor. Ten tweede risico: een opdracht kan worden opgezegd, een arbodienst gaat zelden failliet. Beide zijn reëel, geen van beide staat in een spreadsheet.
Reken met je eigen getallen, niet met de medianen van een ander. Zet pensioen en AOV als vaste reservering in de som, ook als je nog niet weet hoe je ze invult. En geef jezelf een ondergrens: het tarief waaronder de overstap niet loont, zodat je niet onderhandelt op gevoel. Wie die drie dingen doet, vergelijkt geen bruto met bruto meer, maar twee complete arbeidsvormen.