Een deel van het tariefverschil was altijd fiscaal. Precies die posten worden stap voor stap afgebouwd; wie de overstapvraag serieus doorrekent, werkt met de cijfers van dit jaar.
Zelfstandigenaftrek: € 1.200. In 2025 was dit nog € 2.470; in 2021 € 6.670. De afbouw gaat door richting € 900 in 2027. Voorwaarde blijft het urencriterium van 1.225 uur per jaar.
Startersaftrek: € 2.123, en dit is het laatste jaar. De startersaftrek wordt per 1 januari 2027 afgeschaft, zonder overgangsregeling.
Mkb-winstvrijstelling: 12,7%. Gelijk aan 2025 (in 2024 nog 13,31%). De vrijstelling geldt over de winst ná ondernemersaftrek en het voordeel is beperkt: het wordt verrekend tegen maximaal 37,56%, ook als je toptarief betaalt.
Inkomstenbelasting box 1: 35,75% tot € 38.883, 37,56% tot € 78.426, daarboven 49,50%.
Zvw-bijdrage zelfstandigen: 4,85% over maximaal € 79.409 bijdrage-inkomen; maximaal € 3.851 per jaar.
De richting is eenduidig: het fiscale gat tussen zelfstandig en loondienst wordt elk jaar kleiner. Wie in 2021 de overstap naar zzp maakte, rekende met een zelfstandigenaftrek die ruim vijf keer zo hoog was als nu. Tegelijk blijven de grote posten aan de kostenkant van de zzp’er onveranderd voor eigen rekening: arbeidsongeschiktheidsverzekering, pensioenopbouw, doorbetaling bij vakantie en ziekte, en niet-declarabele uren.
De conclusie is niet dat zzp-schap onaantrekkelijk is geworden; autonomie en regie over de eigen agenda staan niet in een belastingtabel. De conclusie is wél dat de vergelijking elk jaar opnieuw gemaakt moet worden, met de cijfers van dat jaar. Onze rekentool doet dat met de bovenstaande 2026-parameters, inclusief AOV-premie en pensioeninleg als aanpasbare aannames.