Een werkneemster met psychische klachten, geluxeerd door een arbeidsconflict, zit een half jaar in de ziektewet. Een collega-bedrijfsarts stelt in mei vast dat terugkeer de situatie zou verslechteren. De bedrijfsarts die het dossier overneemt, komt in juli tot hetzelfde beeld: beperkte belastbaarheid, mentale en emotionele lijdensdruk, mediation nodig. In september noteert hij een medische status quo.
Eind oktober volgt een telefonisch consult van acht minuten en dertig seconden, in de weergave van de werkneemster grofweg zo verdeeld: twee minuten over de verkoudheid van de arts en de chaotische werkdag, drie minuten over het vastgelopen mediationtraject, twee minuten over haar gezondheid, één minuut administratie. Diezelfde ochtend, binnen een kwartier na het gesprek, ligt de terugkoppeling er: er is sprake van herstel en de werkneemster is volledig belastbaar voor werk. Een conclusie die haaks staat op alles wat er tot dan toe in het dossier stond, inclusief de eerdere bevindingen van de bedrijfsarts zelf.
Het college noemt het letterlijk ‘onnavolgbaar’ hoe de bedrijfsarts tot zijn conclusie is gekomen. Drie dingen wogen zwaar.
Een gevoel is geen onderbouwing. De bedrijfsarts verklaarde dat de werkneemster weerbaarder op hem overkwam en hem ‘het gevoel gaf’ weer inzetbaar te zijn. Uit het dossier blijkt echter nergens navraag naar haar actuele gezondheidssituatie, medicatiegebruik of behandeltraject. Voor een conclusie die lijnrecht ingaat op eerdere bevindingen was juist nader uitvragen geïndiceerd.
Verouderde informatie is geen bevestiging. De bedrijfsarts vond steun in een brief van de huisarts, maar die beschreef de situatie van maanden eerder. Dat een brief bestaat, betekent niet dat hij actueel is.
Telefonisch verhoogt de lat, niet verlaagt hem. Juist omdat de arts de werkneemster niet zag, had het korte consult tot extra alertheid en doorvragen moeten leiden. Bij een telefonisch consult ontstaat immers eerder een onjuist beeld.
Het verwijt van onheuse bejegening verklaarde het college ongegrond: een onzorgvuldig onderzoek is nog geen onbeleefde behandeling. Bij de maatregel woog mee dat de bedrijfsarts ter zitting erkende te weinig tijd te hebben genomen, op andere momenten wél zorgvuldig begeleidde en niet eerder met de tuchtrechter in aanraking kwam. Het bleef daarom bij een waarschuwing.